Lucepedia

Digitale theologische encyclopedie

Verantwoordelijke redacteur dossier: Arnold Smeets
Dossiers » Guardini, Romano » introductie » Romano Guardini (1885-1968)

Romano Guardini (1885-1968)

Stefan Waanders

Guardini noemde zich ooit ‘conservatief met de blik vooruit’, want de toekomst was hem altijd belangrijker dan het verleden. Misschien is ‘stille revolutionair’ ook niet ver bezijden de werkelijkheid. Al zijn dat uitspraken, die elkaar tegen spreken. Dat was dan ook zijn ontdekking, dat de levende werkelijkheid alleen te benaderen is met een samenstel van uitspraken, die elkaar lijken uit te sluiten. En dat de werkelijkheid te vinden is in de tussenruimte van die twee uitspraken, die alleen levend blijft in de juiste spanning en die ook nog eens voortdurend in beweging is. Zodat menselijk leven gaat over het uithouden van die spanning.      

Geboren in Verona groeide hij als zoon van een Italiaanse groothandelskoopman op in Mainz, waar hij vertrouwd raakte met de Duitse cultuur en uiteindelijk als enige van zijn familie de Duitse nationaliteit aannam. Eerdere studies scheikunde en economie brak hij af om, na een religieuze crisis, theologie te studeren en priester te worden.

 

Verscheidenheid en consistentie in zijn werk

De publicatie van Vom Geist der Liturgie (1918)* lanceerde hem de openbaarheid in, want dit was een boek dat onverwacht oriëntatie bood in de chaos van de aflopende wereldoorlog en het maakte hem tot een van de centrale fGuardini auf Rothenfels. Collectie Dr. Johannes Schneider.  iguren van de liturgische beweging, al nam hij ook daarin een eigen positie in. Zijn kennismaking met de katholieke jeugdbeweging Quickborn in 1920 op de centrale ontmoetingsplaats Burg Rothenfels was van cruciale betekenis. Want daardoor brak de liturgische beweging uit haar monastieke- en academische kaders en bevruchtte een spontane levensbeweging, waarvoor Guardini zich engageerde. Op Burg Rothenfels ging vernieuwing van de liturgie hand in hand met het zoeken naar nieuwe levensvormen. Daarbij wist hij de vormende kracht van deze oude overlevering te verhelderen en generaties jongeren te vormen met een dynamisch beeld van de kerk. Guardini werd al snel een van de centrale figuren in deze beweging en Burg Rothenfels ontwikkelde zich tot een experimenteerplaats met grote invloed in Duitsland en daarbuiten.

Daar trachtte Guardini deze jeugdbeweging dieper in te bedden in het leven en om te vormen tot een cultuurbeweging, opdat het vluchtige momentum van haar ontstaan een meer vormende kracht in de samenleving zou worden. Want hij was ervan overtuigd dat de moderne tijd (Neuzeit) op haar einde liep en een nieuwe tijd aanbrak. Daarbij zag hij in de jeugdbeweging voortekens van deze nieuwe tijd. Deze zich voltrekkende transitie tastte hij behoedzaam af in cultuur filosofische beschouwingen als Briefe vom Comersee (1927)*, het spannende en pas recent uit zijn nalatenschap uitgegeven Die religiöse Offenheit der Gegenwart (1933/34), Das Ende der Neuzeit (1950)* en Die Macht (1952)*.

In 1923 werd hij benoemd tot hoogleraar in Berlijn. Zowel het academisch werk in Berlijn als het pedagogisch werk op Burg Rothenfels vormden de beide pijlers van zijn veelzijdig werk.

Guardini was een boeiend spreker, die in de jaren dertig zijn aanvankelijke ekklesiologische benadering uit Vom Sinn der Kirche (1923)* corrigeerde met een sterkere focus op de persoon van Jezus Christus, uitgewerkt in een jarenlang volgehouden serie preken, waaruit zijn bekendste werk Der Herr (1937)* ontstond, dat in alle wereldtalen is vertaald. Met die titel hield hij zijn gehoor een alternatieve oriëntatiefiguur dan ´der Führer´ voor. Het is niet bekend of dat de reden was, maar in 1939 werd zijn leerstoel door de nazi´s opgeheven en Burg Rothenfels in beslag genomen. De laatste jaren van de Tweede Wereldoorlog bracht hij bij een bevriende dorpspastoor door in Zuid Duitsland. Daar schreef hij onder andere  Der Heilbringer in Mythos, Offenbarung und Politik. Eine theologisch-politische Besinnung (1946)*, waarin hij afrekende met de nazi-ideologie.

Na de oorlog was hij achtereenvolgens hoogleraar in Tübingen en München. Daarbij onttrok hij zich niet aan het publieke debat en leverde ondermeer een eerste aanzet tot de verwerking van het tijdperk van de nazi’s met lezingen als Die Waage des Daseins (1946) over de verzetsgroep ‘Die weiße Rose’, Verantwortung. Gedanken zur jüdischen Frage (1952)* en Freiheit. Eine Gedenkrede (1960)*. Zijn werk maakte grote indruk in het openbare leven en Guardini ontving daarvoor de Vredesprijs van de Duitse boekhandel (1952) en hoge onderscheidingen van de Bondsrepubliek. Met de toekenning van de Erasmusprijs (1962) werd hij ook erkend als een geleerde van Europese statuur. Bij die gelegenheid stelde hij indringende vragen aan Europa in zijn rede Europa, Wirklichkeit und Aufgabe.

Zijn filosofische methode werkte hij uit in Der Gegensatz. Versuch einer Philosophie des Lebendig-Konkreten (1925), die hij toepaste in een veelzijdig oeuvre met aandacht voor zo uiteenlopende onderwerpen als: kunstwerk, film, technologie, poëzie, politiek, pedagogie, fotografie, en psychoanalyse. Hij was een grootmeester van het Duitse essay, waarin hij als een seismoloog de tektonische spanningen van zijn tijd aftastte. Deze verkenningen combineerde hij met indringende analyses van de menselijke existentie bij Europese denkers en dichters als Socrates, Augustinus*, Bonaventura, Dante, Shakespeare, Pascal*, Hölderlin, Kierkegaard*, Mörike, Raabe, Dostojewski, Hopkins en Rilke. Daarbij deed hij zich kennen als een groot pedagoog, die voortdurend naar wegen zocht hoe de mens in de zich voltrekkende omwenteling naar een nieuwe tijd zijn menselijkheid kon behouden.

Hoewel zijn werk verspreid ligt in een bijna onoverzienbare hoeveelheid boeken, artikelen, essays, interpretaties, brieven en bundels is gaandeweg duidelijk geworden dat zijn werk toch een opmerkelijke eenheid en consistentie bezit. Met name het in zijn nalatenschap aangetroffen typoscript Die religiöse Offenheit der Gegenwart  uit 1933/34, dat in 2008 voor het eerst werd uitgegeven, verstrekt verhelderende inzichten. Want in dit typoscript wist Guardini na tien jaar hoogleraarschap zijn vragen op een niveau in te steken, dat hij daarin zijn arbeidsprogramma schreef waaraan hij jarenlang trouw bleef. Vrijwel alle publicaties vanaf 1933 krijgen hun plaats aan de hand van de coördinaten die hij in dit typoscript heeft uitgezet en die zicht trachten te krijgen op het geheel van de christelijke existentie.

Het naar voren halen van de persoon van Jezus Christus leidt ertoe dat hij in 1933 begint met de serie preken, die uiteindelijk uitmonden in Der Herr. Daarin tracht hij niet gehinderd door voorgestempelde begrippen en beelden het zicht voor Christus te openen en eenvoudig te zien wat is. Terwijl hij dit later meer systematisch uit werkte  in Das Bild vom Jesus, dem Christus im Neuen Testament (1936), Das Christusbild der Paulinischen und Johanneischen Schriften* (1940) en Die menschliche Wirklichkeit des Herrn. Beitrag zu einer Psychologie Jesu* (1958).

Verder voltrok Guardini ook de wending naar een meer bijbels georiënteerde theologie. Terwijl er verhelderend licht schijnt op boeken met programmatische titels als Christliches Bewußtsein* (1935) en Unterscheidung des Christlichen* (1935, 1963 2e druk).

 

Doorleefd wereldbeeld

In zijn oratie Vom Wesen katholischer Weltanschauung* (1923) karakteriseert hij wereldbeschouwing als een denkbeweging die op een beslissende wijze het geheel van de dingen benadert. Bovendien richt zij zich op bijzondere wijze op de concrete eenmaligheid van de wereld; zij betekent een standhouden ten opzichte van de omringende werkelijkheid. En tenslotte betekent de act van wereldbeschouwing tegelijk een keuren, meten en op waarde schatten; zij betekent de positiebepaling tot een opgave, die nu juist deze wereld aan de aanschouwer stelt. Daarmee heeft Guardini als het ware de entelechie, de geestelijke werkzaamheid van zijn leeropdracht omschreven. Deze  werkzaamheid echter had nog geen voorwerp. Omdat hij Weltanschauung omschreef als een concrete kennisact, die een standhalten tegenover de werkelijkheid betekent, had Guardini te verhelderen hoe deze kennisact denkend te verantwoorden is. Die leverde hij met Der Gegensatz. Vervolgens echter moesten deze entelechie en het denkinstrumentarium hun onderwerp vinden om te bewijzen wat ze waard zijn. En het levend-concrete daagt Guardini nu eenmaal ook uit om zich staande te houden in het heden en de opdracht in het vizier te krijgen die dit heden aan hem stelt.

Een eerste poging daartoe onderneemt hij in Briefe vom Comersee*, waarin duidelijk wordt hoeveel moeite hem die wereldbeschouwende blik kost. Totdat hij zijn belangrijkste grondgedachten ontwikkelt in Die religiöse Offenheit der Gegenwart. Maar dan zo fundamenteel, dat zij in zijn verdere werk steeds opnieuw opduiken. Alles concentreert zich op de existentiële kern van het christelijk bestaan en haar problemen. Van daaruit krijgen Guardinis grondgedachten over christelijke ervaring, persoon, geweten en de in-existentie hun eigenlijke gewicht. Grondgedachten die, aan verdere concrete problemen uitgeprobeerd, geleidelijk aan rijker en nauwkeuriger worden. Daarmee heeft Guardini de mensen willen helpen om als gelovigen op verantwoordelijke wijze de wereld en haar ingrijpende veranderingen serieus te nemen. Hij was daarmee een denker die in het Duitstalige gebied een substantiële bijdrage heeft geleverd aan de voorbereiding voor het Tweede Vaticaans Concilie.

* Deze titels zijn ook in Nederlandse vertaling beschikbaar.

 

Afbeelding Guardini op de Rothenfels, ca. 1920. © Collectie dr. Johannes Schneider.



Bron: Tilburg School of Catholic Theology, met dank aan Stefan Waanders.